Scooter onderhouden

Scooters zijn niet veeleisend. Maar ook de meest simpele scooter kan op den duur niet zonder onderhoud. Hoe zorgvuldiger je dus voor hem zorgt, des te beter zal hij werken.

Scooter onderhouden

Scooter onderhouden – aan de slag

Stap 1: Bandenspanning ...

Stap 1: Bandenspanning ...

01 – Controleer de bandenspanning

Zijn de banden nog op spanning (raadpleeg de bedieningshandleiding bij het voertuig)? Doorgaans moet de spanning voor 1,5-1,8 bar en achter 2,0-2,2 bar zijn.


Stap 2: ... en profieldiepte controleren

Stap 2: ... en profieldiepte controleren

02 – Controleer de profieldiepte

Hebben de banden nog voldoende profiel? Het wettelijke minimum is 1,6 mm, maar om veilig te rijden bij nat weer kunt u de banden bij 2 mm beter al vervangen.

Louis X Motorrijders.nl → Techniek: How-To basis motoronderhoud


Stap 3: Is de remvoering op de remblokken nog dik genoeg?

Stap 3: Is de remvoering op de remblokken nog dik genoeg?

03 – Remblokdikte van de remblokken

Is de remvoering op de remblokken nog dik genoeg? Kijk bij de schijfrem door de controlespleet van de voering in de richting van de remschijf. Als die niet meer te zien is, moet de remvoering worden vernieuwd. Hetzelfde geldt wanneer de voering op sommige plaatsen al minder dik is dan het minimum van 1,5 mm. Op een trommelrem is vaak een pijl op het rempedaal te zien. Anders geeft ook de instelling van de remstang of de remkabelverstelling uitsluitsel of kun je in de trommel kijken.


Stap 4: Remschijf controleren met een schroefmicrometer

Stap 4: Remschijf controleren met een schroefmicrometer

04 – Remschijf controleren

Zijn de remschijven sterk ingesleten (hebben ze aan de rand een duidelijk dikteverschil) of vertonen ze duidelijk groeven? Groeven verminderen het remvermogen en remschijven die tot onder de slijtagegrens zijn afgesleten, worden heet en moeten absoluut worden vervangen. 


Stap 5: Zuuraccu's regelmatig bijvullen met gedemineraliseerd water

Stap 5: Zuuraccu's regelmatig bijvullen met gedemineraliseerd water

05 – Vul de batterij regelmatig bij 

Moet er gedemineraliseerd water worden bijgevuld in de accu (niet bij onderhoudsvrije, permanent afgesloten accu's)? De accu zit onder het zadel, in een vak van de voorkuip of in de middenconsole van de scooter (zie de bedieningshandleiding van je voertuig). 


Stap 6: Niet te vergeten: de tweetaktolie regelmatig bijvullen

Stap 6: Niet te vergeten: de tweetaktolie regelmatig bijvullen

06 – Vul regelmatig tweetaktolie bij

Is het olie- en eventueel het koelvloeistofpeil (alleen bij waterkoeling) in orde? Zijn er opvallende lekkages? Laat dit in geval van twijfel controleren door een werkplaats, want scootermotoren bevatten maar een kleine hoeveelheid olie. Als je olie verliest, kan de motor snel beschadigd raken! Vertonen de remslangen scheurtjes, broze plekken of beschadigingen? Neem dan altijd contact op met je werkplaats. Zijn de bowdenkabels nog stabiel of zijn er al aparte draden doorgescheurd? (Vervang in dat geval de kabel.) Moeten er bowdenkabels of hendels opnieuw worden afgesteld? Zit er vliegroest op metalen onderdelen? Hoe sneller de roest met schuurpapier en lak wordt bestreden, hoe beter het is! Is er ergens een montagestrip die een trillingsscheurtje begint te vertonen? Zitten alle schroeven vast? Roestige schroeven kun je het beste vervangen. Werkt alle verlichting nog, inclusief het remlicht, of moeten er verlichtingsonderdelen worden vervangen?

Vooral bij tweetaktscooters moet bij iedere stop bij een tankstation het peil in de tweetaktolietank worden gecontroleerd. Wanneer het olielampje gaat branden, kan het al te laat zijn, want rijden zonder olie leidt al snel tot motorschade! Daarom wordt bij sommige scooters het contact automatisch onderbroken wanneer het waarschuwingslampje gaat branden. Gebruik uitsluitend tweetaktmotorolie voor scooters of motoren.

Ook viertaktmotoren verbruiken olie en het oliepeil daarvan moet ook af en toe worden gecontroleerd. In dat geval moet viertaktmotorolie worden gebruikt (raadpleeg de bedieningshandleiding van je voertuig voor het juiste olietype). 


Meer onderhoudswerkzaamheden

Het loont de moeite om de bedieningshandleiding van je voertuig een keer in te kijken of de erkende dealer om informatie te vragen, zodat je weet welke intervallen de fabrikant van de scooter nodig vindt voor diverse onderhoudswerkzaamheden.

Net als bij een auto of motor moet bij een scooter om de twee jaar in ieder geval de remolie van een hydraulische rem worden ververst, want deze neemt zelfs in een gesloten systeem in de loop der tijd water op en dan is er geen veilig remdrukpunt meer gegarandeerd wanneer de remmen warmlopen. Omdat werkzaamheden aan de rem van grote invloed zijn op de rijveiligheid en remvloeistof de lak aantast, mogen alleen ervaren 'hobbymonteurs' zelf de remvloeistof vervangen. Meer over dit onderwerp vind je in onze sleuteltip Remvloeistof voor motoren. Ook wanneer je hydraulische rem in stilstand al geen duidelijk remdrukpunt meer heeft en je de remhendel dus helemaal tegen de stuurstang kunt knijpen, is er iets niet in orde. Vermoedelijk moet de rem dan worden ontlucht. Informeer bij twijfel bij een professionele werkplaats.


Stap 7: Luchtfilter uitbouwen, reinigen en schuimstoffilter licht oliën

Stap 7: Luchtfilter uitbouwen, reinigen en schuimstoffilter licht oliën

07 – Schone luchtfilter

Een controle van het luchtfilter is gemakkelijk uit te voeren. Deze moet circa om de 4000 km worden uitgevoerd. Een verstopt luchtfilter kan de rijprestaties verminderen, er kan vuil in de brandstofvoorziening van de motor komen, zodat de motor onregelmatig draait of niet meer goed start, en de reiniging van de carburateur of het inspuitsysteem zou een heleboel werk kosten. Het luchtfilter zit ofwel aan de zijkant achter de kuip of in het gedeelte van de Variomatic van de scooter in een soort bak. Als het filter van schuimstof en onbeschadigd is, kan het in een afwasmiddeloplossing worden gereinigd en licht geolied weer worden ingebouwd. Papieren filters moeten altijd worden vervangen. 


Stap 8: Aftapschroef openen en olie in de opvangbak aftappen

Stap 8: Aftapschroef openen en olie in de opvangbak aftappen

08 – Tap de motorolie af

Bij een viertaktscooter moeten ook om de 4000 km de olie en het oliefilter worden vervangen. Daarvoor moet de motor worden warmgereden, zodat de olie goed wegstroomt. Plaats de scooter op een vlakke ondergrond, leg een flink stuk zeil of karton onder het voertuig, plaats een voldoende grote opvangbak onder de motor en open de aftapschroef zodat de warme olie in de bak kan stromen. Nadat alle olie is uitgelekt, reinig je de aftapschroef en het afdichtingsvlak van de motor en plaats je de schroef terug met een nieuwe keerring. Draai de schroef met gevoel aan en zorg dat je de schroefdraad in de aluminium behuizing van de motor niet te vast draait! 


Stap 9: Oliefilter verwijderen en resterende olie in de bak laten lopen

Stap 9: Oliefilter verwijderen en resterende olie in de bak laten lopen

09 – Verwijder het oliefilter

Schuif dan de oliepan onder de oliefiltersteun en haal het filter eruit – onthoud de exacte inbouwpositie van de afzonderlijke onderdelen. Er komt een restje olie naar buiten. Afhankelijk van het filtertype reinig je nu een zeeffilter zorgvuldig met remmenreiniger of vervang je een filter voor eenmalig gebruik. 


Stap 10: Nieuwe keerring licht oliën en monteren

Stap 10: Nieuwe keerring licht oliën en monteren

10 – Keerring monteren

Bouw de oliefiltervergrendeling met een nieuwe pakking in omgekeerde volgorde weer in (de keerring is inbegrepen bij het patronenfilter), en let daarbij weer op de schroefdraad. 


Stap 11, afb. 1: De juiste hoeveelheid olie van de juiste viscositeit bijvullen

Stap 11, afb. 1: De juiste hoeveelheid olie van de juiste viscositeit bijvullen

11 – Correcte viscositeit en hoeveelheid

Vervolgens kun je de motor bij de vulbuis weer vullen met de voorgeschreven hoeveelheid en soort viertaktmotorolie. Laat de motor draaien en controleer opnieuw het vulpeil met de peilstok of het peilglas terwijl het voertuig horizontaal staat. Controleer de oude olie op metaalresten. Als je metaalsplinters in de olie vindt, informeer dan bij je werkplaats waar deze vandaan kunnen komen, om ernstigere schade te voorkomen. Lever de afgewerkte olie dan voor verwijdering in bij een recyclingcentrum of bij jouw Louis-filiaal. Bij een tweetaktmotor hoeft geen motorolie te worden vervangen. Maar een goede werking van de tweetaktoliepomp is wel van levensbelang voor de gescheiden smering van de motor. Daarom moet deze regelmatig worden gecontroleerd wanneer de oliepomp wordt bediend met een bowdenkabel, dat wil zeggen, een gedeelde gaskabel. 

Stap 11, afb. 2: Markering controleren

Stap 11, afb. 2: Markering controleren

Verwijder de kuipdelen aan de zijkant van de scooter en/of het opbergvak, en in sommige gevallen ook een luchtgeleiderplaat, om bij de oliepomp te komen. Er is een bowdenkabelrol aan de oliepomp bevestigd. Deze rol moet reageren zodra je aan de gashendel draait. Er mag dus geen 'vrije slag' zijn, want dan zou de oliepomp met enige tijdvertraging ten opzichte van de carburateur werken en de motor niet tijdig van olie worden voorzien. 

Meestal staan er markeringen op het oliepomphuis en op de rol. Als deze tegenover elkaar staan bij een gesloten of volledig geopende stand van de gashendel (afhankelijk van het model), dan is de oliepompkabel via de verstelling goed ingesteld. 

Stap 11, afb. 3: Instelschroef van de oliepompkabel

Stap 11, afb. 3: Instelschroef van de oliepompkabel

Omdat de gaskabel door gebruik mettertijd iets uitrekt, moet deze af en toe een beetje worden bijgesteld. Maar stel de bowdenkabelrol ook niet te strak af, want dan verbrandt je scooter te veel tweetaktolie, zodat de afvoer en de uitlaat snel sterk vervuilen door koolafzetting. 

De basisvoorwaarde voor de instelling is natuurlijk een probleemloos werkende gaskabel en gashendel. Die moet altijd zelfstandig terugkeren naar de uitgangspositie. De vrije slag tussen gashendel en behuizing moet 2-6 mm zijn (eventueel controleren met krijtstrepen – de kabel kan bij de hendel worden versteld), en de kabel mag niet onder spanning komen te staan wanneer het stuur tegen de aanslag wordt gedraaid. Rafelende kabels moeten onmiddellijk worden vervangen.

Tussen de tweetaktoliepomp en de motor bevindt zich vaak een doorstroomfilter, dat na een bepaald interval of bij zichtbare vervuiling moet worden vervangen. In dat geval onderbreek je de olieleiding met een slangklem. Let bij het inbouwen van het nieuwe filter op de doorstroomrichting. Zorg ervoor dat er geen grote luchtbel in het filter vastraakt.


Stap 12: Olie in de eindaandrijving vervangen

Stap 12: Olie in de eindaandrijving vervangen

12 – Olie in de eindaandrijving vervangen

Ongeacht of het gaat om een twee- of viertaktmotor, moet de olie in de eindaandrijving regelmatig worden vervangen (raadpleeg de bedieningshandleiding van je voertuig voor het onderhoudsinterval en de oliesoort; in de handel is speciale scootertransmissieolie in praktische kleine verpakkingen verkrijgbaar). Plaats het voertuig weer rechtop op de middenbok op een vlakke ondergrond en maak de eindaandrijving rondom de vulopening en aftapschroef goed schoon. Tap de meestal kleine hoeveelheid olie via de aftapschroef af in een opvangbak, reinig de schroef en monteer deze terug met een nieuwe keerring. 

Draai de schroef met gevoel vast in de aluminium behuizing. Giet de nieuwe olie via de vulschroef in de aandrijving. Als er geen peilstok is om het vulpeil te meten, informeer je bij de vakhandel of kijk je op www.louis.nl in de Louis bike-database. Plaats de schone schroef met een nieuwe pakking terug. Controleer het vulpeil nog een keer na een korte proefrit. 

Voer de afgewerkte olie af via een recyclingcentrum of jouw Louis-filiaal. Zorg ervoor dat de olie niet in het milieu terecht kan komen. Als jouw aandrijving lekt, moet je zo snel mogelijk naar een werkplaats gaan, want door de kleine hoeveelheid olie in de aandrijving zou deze al snel kunnen drooglopen.


Let op: De werkzaamheden bij de klepspeling en "aan het open hart" van de scooter moeten worden overgelaten aan een professionele werkplaats.


  • Om de 6000 tot 10.000 km verdient een scooter een nieuwe bougie, zodat de scooter goed blijft starten en presteren. Bij sommige scooters moet een afdekking of het bagagevak worden verwijderd om toegang te krijgen tot de bougie. Vervang de bougie nadat de motor is afgekoeld en gebruik hiervoor een exact passende bougiesleutel (die is meestal inbegrepen in het boordgereedschap). 
  • Zorg ervoor dat er geen vuil in de motor kan vallen. Als de bougie in een diepere schacht in de cilinderkop is geplaatst (4-taktmotor), kun je deze het beste reinigen met een stofzuiger of perslucht voordat je de bougie eruit schroeft. 
  • Gebruik uitsluitend het bougietype dat de voertuigfabrikant heeft gespecificeerd en controleer de elektrodenafstand (zie de gebruikshandleiding van het voertuig) met een voelermaatje. Deze kan indien nodig aan de middenelektrode voorzichtig worden bijgebogen.
  • Met grotere intervallen (5000-20.000 km, afhankelijk van het model) moet bij de viertaktscooter de klepspeling worden gecontroleerd.
  • Als een uitlaat na lang gebruik van binnen vol koolaanslag zit, moet deze meestal worden vervangen. Alleen bij klassieke scooters kan de uitlaat soms nog worden geopend en kunnen de vuilafzettingen worden weggebrand. Maar dat is niet geheel ongevaarlijk en mag in ieder geval nooit worden geprobeerd met een moderne scooteruitlaat uit één stuk. 

Onze aanbeveling


Het Louis Technisch Centrum

Als je een technische vraag over je motor hebt, neem dan contact op met ons Technisch Centrum. Daar heeft men oneindig veel ervaring, naslagwerken en adressen.

Let op!

Deze tips voor hobbymonteurs vormen algemene handelwijzen die niet van toepassing kunnen zijn op alle voertuigen of alle afzonderlijke onderdelen. Omdat de concrete situatie bij jou ter plaatse sterk kan afwijken, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de toepasselijkheid van de informatie in deze tips voor hobbymonteurs.

Bedankt voor je begrip.