Starthulp voor de motor deel 2

Als je met de maatregelen van de 'eerste hulp' niet verder komt, heeft de tweewielerpatiënt behoefte aan een diepgaande diagnose en intensieve behandeling.

Starthulp voor de motor deel 2

Starthulp deel 2 op de 'intensive care'

Let op: De volgende test- en instelwerkzaamheden gaan uit van technische basiskennis over motorvoertuigen. Als je die niet hebt, kun je de reparatie van je bike beter overlaten aan je motorwerkplaats!


Starthulp deel 2 – aan de slag

Stap 1: Starthulpspray in de luchtfilterkast spuiten

Stap 1: Starthulpspray in de luchtfilterkast spuiten

01 – Starthulpspray in de luchtfilterkast spuiten

Bij startproblemen na lange stilstand kun je eerst een beetje PROCYCLE-motorstart-fix in de aanzuigleiding van het luchtfilter spuiten.

Daardoor ontstaat een zeer ontvlambaar mengsel dat de koude start vergemakkelijkt. Voer met de E-startmotor telkens korte startpogingen uit om de accu niet onnodig te belasten. Als ook de starthulpspray geen oplossing biedt, blijf je niet tevergeefs de startmotor bedienen, maar volg je het foutopsporingsschema.


Stap 2: Starthulp-booster-accu is voldoende voor 3-4 startpogingen

Stap 2: Starthulp-booster-accu is voldoende voor 3-4 startpogingen

02 – Accu controleren

Is de accu in orde? Wanneer de startmotor maar met moeite draait, kan de stroomvoorziening al te zwak zijn voor een goede ontstekingsvonk. Laad in dat geval eerst de accu op. Als een lood-zuuraccu bij het laden dan snel begint te blubberen, heeft deze niet meer voldoende capaciteit en moet de accu worden vervangen. Bij onderhoudsvrije accu's moet je vertrouwen op de weergavefuncties van het oplaadapparaat of de accu laten testen bij een erkende motorwerkplaats. Een andere mogelijkheid is, dat je de accu met een accupack/starthulp-booster overbrugt.


Stap 3, afb. 1: Ontstekingsspanning testen met de spanningsmeter

Stap 3, afb. 1: Ontstekingsspanning testen met de spanningsmeter

03 – Controle van de ontsteking

Als ook een volle accu geen oplossing biedt, controleer je de ontsteking. Bij sportmotoren kan dat wat werk kosten, want vaak moeten eerst het zadel, de tank, de airbox en minstens één kant van de kuip worden gedemonteerd. Steek daarna eerst je bougiestekkers een voor een op een bougiespanningtester en houd deze tegen de motormassa.

Stap 3, afb. 2: Gecorrodeerde stekker – slecht contact

Stap 3, afb. 2: Gecorrodeerde stekker – slecht contact

De spanningtester beschermt de ontstekingselektronica tegen spanningspieken en kan alleen bij motoren met contactontsteking (oldtimers) worden weggelaten (dan kan het blanke uiteinde van de bougiekabel op 5 mm afstand met een geïsoleerde tang tegen massa worden gehouden. Let op: Het ontstekingssysteem genereert hoogspanning!) Bij een startpoging moet de vonk een afstand van minstens 5 mm door de lucht naar massa overspringen. Dan is de vonk krachtig genoeg voor een goede ontsteking van het benzine-luchtmengsel. Als de vonk te zwak is, controleer je de aansluitingen van de ontstekingsspoelen. Is er een verbinding defect? Is de bougiekabel oud?

Stap 3, afb. 3: Koperroest in de kabelkern leidt tot spanningverlies

Stap 3, afb. 3: Koperroest in de kabelkern leidt tot spanningverlies 

Is de hele kabelboom verouderd (dit is te zien aan groen uitgeslagen kabelkernen)?

Stap 3, afb. 4: Contactontsteking instellen

Stap 3, afb. 4: Contactontsteking instellen 

Bij contactontsteking: Zijn bij het contact sterke vonken zichtbaar? (Vervang dan de condensator en contacten.) 

Bougiekabels, condensatoren, bougiestekkers en bougies zijn voordelige onderdelen, die met ruime intervallen preventief vervangen moeten worden. Bij motoren met meerdere cilinders moeten de bougiekabels altijd aan de juiste cilinders worden toegekend, anders ontstaan er heftige ontstekingsfouten en knallende uitlaten.

Bij een viercilindermotor voedt de eerste ontstekingsspoel meestal de 1e en 4e cilinder en de tweede spoel de 2e en 3e cilinder. 

Let op: Bij deze werkzaamheden moet de ontsteking opnieuw worden ingesteld, dus er wordt echte vakkennis verondersteld! 

Stap 3, afb. 5:  Bij 'F'-markering moet de spanningzoeker gaan branden

Stap 3, afb. 5:  Bij 'F'-markering moet de spanningzoeker gaan branden

Bij contactontstekingen: Controleer de ontstekingstiming met een spanningzoeker die tussen de plus van het contact en de massa wordt geplaatst. Schakel de ontsteking in en draai de krukas langzaam en gelijkmatig door met een sleutel. Wanneer de markering 'F' bij de markering op de behuizing komt, moet het lampje van de spanningzoeker gaan branden – en wel precies op dat punt. Stel anders de ontsteking opnieuw af. Daartoe stel je eerst de contactafstand met een voelermaatje goed af (afstand 0,3-0,4 mm). Een exacte instelling is van groot belang om motorschade (bijv. door te veel voortijdige ontsteking) te vermijden. 

Een andere mogelijk oorzaak voor een te zwakke of volledig uitblijvende ontstekingsvonk is een defecte ontstekingsspoel. Als je dit vermoedt, laat je de onderdelen door een Bosch-service of een motorwerkplaats testen. 

Let op: Vaak houden defecte ontstekingsspoelen ermee op wanneer ze warm worden en werken ze weer na afkoeling. Bij contactvrije ontsteking kan het uitblijven van een ontstekingsvonk ook terug te voeren zijn op een defecte ontstekingsbox. Deze moet door een contractwerkplaats van de voertuigfabrikant (of een gespecialiseerd bedrijf) worden getest. 


Stap 4, afb. 1: Bougie wit/droog – benzinetoevoer te laag!

Stap 4, afb. 1: Bougie wit/droog – benzinetoevoer te laag!

04 – Visuele bougiecontrole

Demonteer nu de bougies, controleer de bougies visueel en verhelp alle defecten die je daaruit kunt afleiden. 

Bougie helemaal droog en bleek-wit van kleur: ontsteking werkt, maar er komt weinig of geen benzine in de cilinder. Controleer eerst of de carburateur voldoende benzine krijgt. Is de benzinekraan verstopt? Is de slang geknikt? Blokkeert een grote luchtbel een uitwendig benzinefilter? Werkt de choke naar behoren? De maximale positie moet bereikt kunnen worden. 

Als de choke en benzinetoevoer in orde zijn, moet de carburateur worden uitgebouwd, gedemonteerd en gereinigd, omdat deze vastgekoekt vuil bevat of op een andere manier vervuild is. Perslucht en PROCYCLE-carburateurreiniger zijn hiervoor de aangewezen hulpmiddelen. 

Die Kanäle dürfen mit einem dünnen, weichen Draht gereinigt werden, nicht jedoch De kanalen mogen met een dunne, zachte draad worden gereinigd, maar de verstuivers niet. Een ultrasone reiniging is bijzonder effectief voor verstuivers. Vraag je plaatselijke leverancier of deze over een dergelijk reinigingsbad beschikt. Bij motoren met meerdere cilinders: nadat de carburateurs zijn gemonteerd, moeten deze eventueel opnieuw worden gesynchroniseerd meer hierover in onze sleuteltip Carburateurs.

Stap 4, afb. 2: Bougie roetzwart/nat – verzopen!

Stap 4, afb. 2: Bougie roetzwart/nat – verzopen!

Bougie roetzwart en zeer nat: de cilinder werkt met een te rijk mengsel en is waarschijnlijk verzopen doordat de benzinekraan en/of het vlotternaaldventiel in de carburateur niet meer goed sluiten. 

Bij langdurige stilstand kan zo zelfs benzine in de motorolie terechtkomen. Als je dit vermoedt, moet de olie beslist worden vervangen! Het vlotternaaldventiel bevindt zich in de vlotterkamer van de carburateur. Deze kan met een vingernagel worden gecontroleerd. Als er afzetting te zien is (verdiepte 'ring'), moet het onderdeel worden vervangen.

Stap 4, afb. 3: Versleten vlotternaaldventiel - vervangen!

Stap 4, afb. 3: Versleten vlotternaaldventiel - vervangen!

Je controleert de benzinekraan op lekkage door de slang los te trekken en er een nachtje een opvangbak onder te plaatsen. Vervuilde bougies reinig je eventueel met een messingborstel, waarna je de elektrodenafstand (standaard 0,7-0,8 mm) controleert; als je voor zekerheid kiest, vervang je deze.

Stap 4, afb. 4: Bougie roetzwart/droog – carburateur te rijk afgesteld!

Stap 4, afb. 4: Bougie roetzwart/droog – carburateur te rijk afgesteld!

Bougie roetzwart maar niet bijzonder nat: De cilinder werkt met een te rijk mengsel. Maak de bougie schoon of vervang deze. 

Als je vaker startproblemen hebt door roetzwarte bougies, moet de carburateurinstelling worden gecontroleerd. Er is dan ofwel een storing in de carburateur of het luchtfilter is verstopt. 

Als je veel met lage toerentallen rijdt in het stadsverkeer en vaak moet starten, kan het een voordeel zijn om iridiumbougies te gebruiken. Deze branden duidelijk beter schoon. Ook voor oldtimers hebben iridiumbougies merkbare voordelen, want ook bij een lagere spanning leveren ze al een energierijke ontstekingsvonk. Maar ze moeten niet worden toegepast om andere gebreken te omzeilen! 

Stap 4, afb. 5: Bougie ideaal lichtbruin – zo hoort het!

Stap 4, afb. 5: Bougie ideaal lichtbruin – zo hoort het!

Bougie lichtbruin en droog: in een goed lopende cilinder hoor je een grijze tot lichtbruine, droge bougie te vinden. Omdat de motor met choke een iets rijker mengsel heeft, kan na startpogingen geen correct reebruine bougie worden verwacht.

Stap 4, afb. 6: Bougie bruin/nat – geen ontstekingsvonk!

Stap 4, afb. 6: Bougie bruin/nat – geen ontstekingsvonk!

Bougie bruin en nat: Als de bougie een normale bruine kleur heeft maar vochtig is door onverbrande benzine, heeft de ontsteking niet gewerkt.

Vervang de bougies als test één voor één. Als dat niet helpt, keer dan terug naar stap 3 en controleer de ontsteking van de betreffende cilinder. Meer informatie over dit onderwerp vind je in de sleuteltip Basiskennis over bougies.


Onze aanbeveling


Het Louis Technisch Centrum

Als je een technische vraag over je motor hebt, neem dan contact op met ons Technisch Centrum. Daar heeft men oneindig veel ervaring, naslagwerken en adressen.

Let op!

Deze tips voor hobbymonteurs vormen algemene handelwijzen die niet van toepassing kunnen zijn op alle voertuigen of alle afzonderlijke onderdelen. Omdat de concrete situatie bij jou ter plaatse sterk kan afwijken, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de toepasselijkheid van de informatie in deze tips voor hobbymonteurs.

Bedankt voor je begrip.