De feiten over bougies 

Bougies hebben het zwaar. Ze werken altijd in het hart van de motor, waar het er heet aan toegaat. Hoe houden ze dat vol? En wat is een goede bougie?

De feiten over bougies

Basiskennis over bougies

Geen benzinemotor zonder bougie: een continue ontstekingsvonk met voldoende power is absoluut noodzakelijk voor een goede koude start, hoge prestaties, een beperkte emissie van schadelijke stoffen en een laag benzineverbruik van de motor.

Een bougie moet afhankelijk van het toerental tussen de 500 en ca. 5.000 keer per minuut een ontstekingsvonk aan de motor geven en staat daarbij bloot aan sterk wisselende temperaturen en grote drukverschillen. Daarom behoren bougies tot de zwaarst belaste slijtonderdelen van een motorfiets en moeten ze volgens de instructies van de fabrikant regelmatig worden vervangen.

Opbouw van een bougie

Aan de bovenkant van de bougie bevindt zich de aansluiting (afb. 1 a) voor de bougiestekker. Hier bereikt de door de ontstekingseenheid gestuurde hoogspanning van de bobine via de dikke bougiekabel de bougie. De aansluiting (SAE-kap of 4mm-schroefdraad) moet altijd op de gebruikte bougiestekker passen zodat deze gegarandeerd stevig vastzit!

De middenelektrode (afb. 1 b) leidt de stroom door naar het andere uiteinde van de bougie. Daar springt de stroom als vonk over naar de massa-elektrode (afb. 1 c) en ontsteekt daarmee het benzine-luchtmengsel in de verbrandingskamer.

Een ontstoringsweerstand (afb. 1 d) in de middenelektrode verhindert zenderstoringen in de omgeving (bijv. bij radio-ontvangst) en beschermt tegelijkertijd de gevoelige boordelektronica tegen elektromagnetische impulsen. Als een bougie zonder ontstoringsweerstand wordt gebruikt, moet de stekker zo'n weerstand bevatten. Om te zorgen dat de spanning alleen wordt ontladen waar dat moet, zijn de middenelektrode en de ontstoringsweerstand ommanteld door een keramische isolator (afb. 1 e). De golfvorm daarvan dient tegelijkertijd als lekstroombarrière (afb. 1 f) doordat hiermee de weg voor eventueel verdwaalde elektronen wordt verlengd.

Opbouw van een bougie

Afb. 1: a) Aansluiting; b) Middenelektrode; c) Massa-elektrode; d) Ontstoringsweerstand; e) Isolator; f) Lekstroombarrière; g) Metalen behuizing; h) Afdichtring; i) Binnenste afdichting (met talkring);

De metalen behuizing met zijn schroefdraad (afb. 1 g) dient voor een stevige bevestiging van de bougie in de cilinderkop. Bovendien dient de behuizing als massaleiding voor de bougie en draagt deze fors bij aan de warmteafvoer. Om te voorkomen dat de druk in de verbrandingskamer tussen de bougie en de cilinderkop verloren gaat, zorgt een afdichtring voor een gasdichte verbinding, ook bij een verschillende uitzetting van de beide onderdelen onder invloed van de warmte. Ook de afdichtring (afb. 1 h) dient trouwens voor de warmteoverdracht. De binnenste afdichtingen (afb. 1 i) hebben dezelfde functie. Alleen gaat het daarbij om een gasdichte verbinding tussen de isolator en de metalen behuizing.

Wat betekent de code van een bougie?

Ledere bougie draagt een nogal cryptische aanduiding met letters en cijfers. Het is belangrijk om deze code te begrijpen als je wilt weten of het betreffende bougiemodel geschikt is voor je motorfiets. De volgende code wordt bijvoorbeeld gebruikt voor de bougies van NGK (zie de tabel 'Markeringstekens op bougies' hieronder).


Markeringstekens op bougies

Hier is de standaard-typeaanduiding vermeld. Er zijn bovendien nog enkele bijzondere aanduidingen.

Waarop moet je letten bij het vervangen van bougies?

Een verkeerde bougie in je motorfiets kan leiden tot een onbevredigend draaiende motor of vermogensverlies en kan ook een negatieve uitwerking hebben op het benzineverbruik of het startgedrag. In extreme gevallen kan zelfs ernstige schade aan het motorblok optreden. Gebruik dus altijd de bougie die door de voertuigfabrikant in de bedieningshandleiding, bij de onderhoudsgegevens of in het werkplaatshandboek wordt voorgeschreven voor je specifieke model en raadpleeg ook de lijst met toewijzingen van de bougiefabrikant. Die lijst vermeldt ook of er een technisch hoogwaardige iridiumbougie voor je model verkrijgbaar is. 

B

 

P

 

R

 

5

Schroefdraaddiameter/zeskant Structuur Ontstoringsweerstand Temperatuurwaarde --- >
 A 18 mm / 25,4 P Naar voren geschoven isolatorpunt  R Weerstand  2 +Hete typen
 B 14 mm / 20,8  Compacte bougie  Z Inductieve weerstand  4 + 
 C 10 mm / 16,0  Glijvonktype of extra vonken per impuls      5 + 
 D 12 mm / 18,0          6 + 
 E 8 mm / 13,0          7 – 
 AB 18 mm / 20,8          8 – 
 BC 14 mm / 16,0          9 – 
 BK 14 mm / 16,0         10 –Koude typen 
 DC 12 mm / 16,0            

E

 

S

 

-11

Schroefdraadlengte Constructie-eigenschappen Elektrodenafstand
E 19,0 mm B Vaste SAE-aansluitmoer (CR8EB) isolatorpunt Leeg Motorfiets: 0,7-0,8 mm; auto: 0,8-0,9 mm
EH 19,0 mm, halve uitvoering CM Schuin uitgevoerde massa-elektrode; compact type (isolatorlengte: 18,5 mm) -8 0,8 mm
H 12,7 mm CS Schuin uitgevoerde massa-elektrode; compact type (isolatorlengte: 18,5 mm) -9 0,9 mm
L 11,2 mm G, GV Racebougie -10 1,0 mm
F Conische afdichting I Iridiumelektrode -11 1,1 mm

 

 

 

 

 A-F---10,9 mm IX Iridiumbougie -13 1,3 mm
 B-F---11,2 mm J 2 massa-elektroden (speciale vorm) -14 1,4 mm
 B-EF--17,5 mm K 2 massa-elektroden -15 1,5 mm
 BM-F--7,8 mm -L Verlaagde temperatuurwaarde    
Leeg Compacte bougie -LM Compact type (isolatorlengte: 14,5 mm)    
  BM---9,5 mm N Speciale massa-elektrode -S Speciale afdichtring
  BPM--9,5 mm P Platina-elektrode -E Speciale weerstand
  CM---9,5 mm Q 4 massa-elektroden    
    S Standaardtype    
    T 3 massa-elektroden    
    U Halfglijdendevonk-type    
    VX Platinabougie    
    Y Middenelektrode met V-inkeping    
    Z Speciale constructie    

Temperatuurwaarde

De temperatuurwaarde van de bougie is een aanduiding voor het temperatuurgedrag van de bougie in de motor. Als de bougie voor de motor te 'koud' is, bereikt de bougie niet de vereiste bedrijfstemperatuur (500-900°C), en ontstaat er een neiging tot roetvorming; de elektrode/elektrodevoet is te donker, ook al is de samenstelling van het lucht-brandstofmengel goed ingesteld. Er gaat ontstekingsenergie verloren. Maar als de bougie te 'heet' is, kunnen er gloeiontstekingen ontstaan die tot schade aan de zuiger en kleppen kunnen leiden.  

Hoe zwaarder de motor wordt belast (lees: hoe heter deze wordt tijdens het gebruik), des te kouder moet de bougie zijn. Als een langzaam lopende motor daarentegen weinig warmte ontwikkelt, is een hetere bougie nodig.

De voertuigfabrikanten streven ernaar voor het betreffende model een temperatuurwaarde voor de bougie aan te bevelen die tegemoetkomt aan een brede allroundtoepassing. Als een voertuig voornamelijk in bepaalde omstandigheden wordt gebruikt of als de motor door tuning is gewijzigd, kan in speciale gevallen een afwijkende bougietemperatuurwaarde voor eenzelfde bougietype de voorkeur hebben – maar wees voorzichtig.  

Krijgt een voertuig een vermogensbeperking of wordt het vrijwel uitsluitend met lage snelheid in het stadsverkeer gebruikt en zit de bougie telkens vol roet zodat bijv. startproblemen ontstaan, dan kan een hetere bougie (NGK: lagere kengetal) een uitkomst zijn, omdat die beter schoonbrandt. Maar eerst moet dan altijd worden gecontroleerd of de samenstelling van het mengsel goed is ingesteld. Mogelijk is het mengsel te rijk of is er sprake van een andere storing. Roep bij voorkeur de hulp van een motorwerkplaats in voordat je een andere temperatuurwaarde voor de bougie kiest, of probeer een iridiumbougie als die voor je model wordt aangeboden.  

Als daarentegen een getunede motorfiets heel sportief wordt gereden of vooral op de snelweg rijdt en het motorblok heet wordt, ook al is het mengsel correct ingesteld, kan een koudere bougie (NGK: hoger kengetal) een oplossing bieden. Raadpleeg ook in dit geval absoluut een motorwerkplaats.


Afb. 2: Afbeelding van een intacte bougie

Afb. 2: Afbeelding van een intacte bougie

Bougiegedaanten: Schadefoto's Normale gebruikte bougie

Afbeelding van een intacte bougie

Zo ziet een intacte bougie eruit. De witgrijze verkleuring is geen probleem. Die is afkomstig van brandstofadditieven die niet volledig verbranden en is het gevolg van een reguliere, normale verbranding.

Afb. 3: Bougie met afzettingen

Afb. 3: Bougie met afzettingen 

Afzettingen

Hier zie je een bougie met sterke afzettingen. Deze kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een slechte brandstofkwaliteit, hoog olieverbruik bij mechanisch versleten motoren of verbranding van koelvloeistof bij een beschadigde cilinderkoppakking, die gloeiontstekingen bevorderen (de afzettingen gloeien na).

Afb. 4: Bougie met isolatorbreuk

Afb. 4: Bougie met isolatorbreuk 

Isolatorbreuk

Een isolatorbreuk zoals in afbeelding 4 kan leiden tot motorschade. De oorzaak van dergelijke isolatorbreuken is meestal het gebruik van een verkeerd koppel of een val van de bougie op een harde ondergrond (zoals de vloer van de werkplaats) voordat de bougie werd gemonteerd.

Afb. 5: Bougie met versmelting

Afb. 5: Bougie met versmelting 

Versmelting

Bij deze bougie zijn de midden- en massa-elektrode met elkaar versmolten. Dat gebeurt wanneer de bougie oververhit raakt. In dat geval is ook niet uitgesloten dat de zuiger smelt. De oorzaak kan een verkeerde keuze van een bougie zijn (verkeerde temperatuurwaarde) of een fout in de werking van de motor (pingelende verbranding of gloeiontsteking).

Afb. 6: Verroete bougie

Afb. 6: Verroete bougie 

Verroeten

Verroeten doet zich voor wanneer de bougie vaak onder de temperatuur voor zelfreiniging (450°C) blijft, bijvoorbeeld wanneer alleen korte afstanden worden gereden of een verkeerde temperatuurwaarde (te koud) is gekozen.


Afb. 7: Onmiddellijk te herkennen: de dunne middenelektrode van een iridiumbougie

Afb. 7: Onmiddellijk te herkennen: de dunne middenelektrode van een iridiumbougie 

Iridiumbougies

In plaats van standaardbougies kunnen op vele motorfietsmodellen de technisch hoogwaardigere iridiumbougies worden gebruikt. Deze hebben een iridiumlegering aan de punt van de middenelektrode. Het edelmetaal iridium is een van de hardste metalen ter wereld. Het smelt pas bij 2450°C en is uiterst resistent tegen vonkerosie. Daarom gaan iridiumbougies doorgaans twee keer zo lang mee als standaardbougies. Bovendien kan de middenelektrode dankzij het edelmetaal met een dikte van 0,6 mm aanzienlijk dunner worden uitgevoerd.

Daardoor wordt de benodigde ontstekingsspanning sterk verlaagd, wordt de ontstekingsvonk krachtiger en wordt de uitbreiding van het vlammenfront in de verbrandingskamer verbeterd. Iridiumbougies gaan dus niet alleen langer mee, maar optimaliseren ook de verbranding in de motor. De elektroden zelf branden beter schoon en de bougie vertoont minder roetvorming. Het resultaat is een gunstige uitwerking op het startgedrag, het motorvermogen, de spontane reactie op het gas en het benzineverbruik. Iridiumbougies zijn ook ideaal voor klassieke motoren of wanneer de motor veel in stadverkeer wordt gebruikt.


Afb. 8: Voor niet-ontstoorde bougies is een bougiestekker met een ontstoringsweerstand nodig

Afb. 8: Voor niet-ontstoorde bougies is een bougiestekker met een ontstoringsweerstand nodig 

Ontstoring

Ofwel de bougie of de bougiestekker moet een ontstoringsweerstand bevatten om zenderstoringen in de omgeving of storingen in de boordelektronica te vermijden. Dit is wettelijk voorgeschreven. Op de motorfiets is het voldoende als ofwel de bougie of de bougiestekker een ontstoringsweerstand van 5 kilo-ohm heeft. Een te hoge weerstand maakt de ontstekingsvonk zwakker. Daarom is het onnodig en niet aan te bevelen om een ontstoorde bougie in combinatie met een ontstoorde stekker te gebruiken (hoewel de ontsteking op de meeste motoren zo nog wel zou werken).


Afb. 9: Met een voelermaat is te controleren of de elektrodenafstand in orde is

Afb. 9: Met een voelermaat is te controleren of de elektrodenafstand in orde is 

Elektrodenafstand

De afstand tussen de massa-elektrode en de middenelektrode moet correct zijn voor een krachtige ontstekingsvonk. Is de afstand niet in orde, dan kan dit leiden tot een overslaande motor of een verhoogd benzineverbruik. Als de massa-elektrode is verbogen en de middenelektrode raakt, bijvoorbeeld omdat de bougie per ongeluk op de grond is gevallen, vindt geen ontsteking plaats. Is de afstand te klein, dan is de verbranding slecht, en is die te groot, dan is voor het verkrijgen van een vonk meer ontstekingsenergie nodig dan het ontstekingssysteem levert.


Afb. 10: Bougie reinigen met een messingborstel

Afb. 10: Bougie reinigen met een messingborstel 

Bougie reinigen

De elektrodenafstand ligt afhankelijk van het motormodel en het bougietype meestal tussen 0,6 en 0,8 mm; waarden tot 1,1 mm zijn zeldzaam. De afstand moet in de tabel van de bougiefabrikant of in de documentatie van de voertuigfabrikant worden geverifieerd en met een voelermaat bij de bougie worden nagemeten. Als de afstand niet correct is, kan de elektrode met een kleine schroevendraaier of een tang heel voorzichtig worden bijgebogen. Voordat de bougie wordt ingebouwd, dient deze met een bougieborstel te worden gereinigd.


Afb. 11: Het bougieschroefdraad vóór montage insmeren met koper- of keramiekpasta

Afb. 11: Het bougieschroefdraad vóór montage insmeren met koper- of keramiekpasta 

Inbouw

De bougie moet altijd worden vervangen wanneer de motor is afgekoeld, anders kan het schroefdraad worden beschadigd. Trek de bougiestekker van de bougie af en inspecteer deze eerst op schade en corrosie (vervang de stekker eventueel). Controleer VOOR het losschroeven of er vuil in de bougieschacht zit en verwijder dit (bijv. met een stofzuiger). Schroef de oude bougie eruit met een goed passende bougiesleutel.

Het is raadzaam om het schroefdraad van de bougie vóór montage licht in te vetten met koper- of keramiekpasta (níet met smeermiddel). Dit voorkomt dat de bougie vastbrandt in de cilinderkop, maar heeft het nadeel dat vuil en zandkorrels makkelijk aan het schroefdraad blijven kleven wanneer je de bougie eruitdraait en neerlegt. Dan kan schade aan het schroefdraad ontstaan, dus let bij het werken goed op een schoon werkvlak.

Noot: Let er bij het inschroeven van de nieuwe bougie op dat deze niet scheef zit. Forceer niets! Wanneer de bougie er niet goed in te schroeven is, draai je deze weer terug en controleer je het schroefdraad. Als het schroefdraad in de cilinderkop beschadigd is, kan het misschien door bijsnijden met een geschikte draadtap nog worden gered. Lees daarover meer bij de tip voor hobbymonteurs Schroefdraad snijden.


   Afb. 12: Aanhaalmomenten bougies   

 Afb. 12: Aanhaalmomenten bougies  

Beschik je niet over een momentsleutel, dan kun je eventueel de volgende vuistregel uit 'de oude doos' aanhouden: draai een nieuwe bougie met de hand aan en daarna met een bougiesleutel op gevoel een halve slag verder, zodat de afdichting wordt samengeperst en de bougie vastzit. Een gebruikte bougie, waarvan de afdichtring al is samengeperst, draai je slechts een kwart slag verder om deze vast te zetten.

Tip: De nieuwe bougie wordt met een momentsleutel aangehaald met het aanhaalmoment in de onderstaande tabel (afb. 12). Lees daarover meer bij de tip voor hobbymonteurs Basiskennis over momentsleutels.

Aanhaalmomenten bougies  (Tabel)
CylinderkopmateriaalSchroefdraad-Ø van bougies met vlakke zitting (met afdichting)Schroefdraad-Ø van bougies met conische zitting
18 mm14 mm12 mm10 mm18 mm14 mm
Gietijzeren kop35 – 45 Nm25 – 35 Nm15 – 25 Nm10 – 15 Nm20 – 30 Nm15 – 25 Nm
Aluminiumkop35 – 40 Nm25 – 30 Nm15 – 20 Nm10 – 12 Nm20 – 30 Nm10 – 20 Nm

Het Louis Technisch Centrum

Als je een technische vraag over je motor hebt, neem dan contact op met ons Technisch Centrum. Daar heeft men oneindig veel ervaring, naslagwerken en adressen.

Let op!

Deze tips voor hobbymonteurs vormen algemene handelwijzen die niet van toepassing kunnen zijn op alle voertuigen of alle afzonderlijke onderdelen. Omdat de concrete situatie bij jou ter plaatse sterk kan afwijken, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de toepasselijkheid van de informatie in deze tips voor hobbymonteurs.

Bedankt voor je begrip.